Hoe maak je een onderwerp als koloniale geschiedenis toegankelijk, herkenbaar en uitnodigend, zonder de complexiteit ervan te verliezen? Hoe vertaal je een geschiedenis met zoveel lagen naar één merk dat ruimte laat voor al die verhalen?
De uitdaging was om een merk te bouwen rond het Nederlandse koloniale en slavernijverleden dat niet afstandelijk, institutioneel of beschuldigend zou voelen. Het moest verschillende gemeenschappen herkenning bieden én mensen buiten die gemeenschappen uitnodigen om te luisteren.
Niet één perspectief mocht de boventoon voeren. Het merk moest ruimte maken voor verhalen die naast elkaar bestaan, elkaar raken en soms ook schuren.
We begonnen niet bij het logo, maar bij de vraag die aan iedere merkkeuze voorafging: wat moet iemand voelen om aan dit gesprek te willen deelnemen? Vanuit onderzoek naar de betrokken gemeenschappen, historische context en culturele beeldtaal ontwikkelden we een merkfundament rond erkenning, nieuwsgierigheid en verbinding.
Die uitgangspunten vertaalden we naar een visuele identiteit met warme, verzadigde kleuren die niet terugkijkt in somberheid, maar geschiedenis zichtbaar en menselijk maakt. De typografie en vormtaal geven ruimte aan zowel historische kennis als persoonlijke verhalen. Ook de taal kreeg een duidelijke rol. Geen academische afstand of activistische slogans, maar begrijpelijke copy die gevoelige onderwerpen openlegt zonder ze glad te strijken. Van daaruit bouwden we één herkenbare lijn voor de website, campagnes, bijeenkomsten, social content, video en educatieve communicatie.
Verbonden Verleden kreeg een identiteit die serieus voelt zonder zwaar te worden. De kleuren brengen verschillende achtergronden en perspectieven samen, terwijl de heldere typografie rust creëert binnen verhalen die inhoudelijk veel lagen hebben. De tone of voice spreekt niet namens gemeenschappen, maar nodigt hen uit om zelf te spreken.
Daardoor werkt het merk op meerdere niveaus: als podium voor historische kennis, als uitnodiging voor dialoog en als herkenbaar vertrekpunt voor bijeenkomsten, campagnes en oral history.
Niet de vormgeving staat op de voorgrond, maar de mensen en verhalen die dankzij die vormgeving beter gezien worden.